Bel mij voor gratis advies!
Uw naam en telefoonnummer zijn verzonden.
U wordt binnen 2 werkdagen gebeld door een van onze medewerkers.
Uw aanvraag kon niet worden verzonden. Probeert u het later alstublieft nog een keer.
Excuses voor het ongemak.
U heeft niet alle velden ingevuld. Controleer alstublieft alle velden en probeer het nog een keer.
geen bewijs bedrijfsongeval
aansprakelijkheid letselschade door bedrijfsongeval
Een voormalig werknemer van het bedrijf Heiploeg Seafoods B.V. stelt dat hem op 23 januari 2006 een bedrijfsongeval is overkomen.
Hij vindt zijn werkgever voor dit bedrijfsongeval aansprakelijk.
verloop van de aansprakelijkheidsdiscussie
De werknemer stelt dat hij tijdens zijn werk door een naar beneden komende roldeur zou zijn geraakt. Hierdoor liep hij hoofdletsel ontstaan op met - volgens hem - blijvende gevolgen.
Pas 2 jaar na de datum van het bedrijfsongeval - op 25 januari 2008 - stelt de Rechtskundige Dienst van het CNV de werkgever aansprakelijk voor het bovengenoemde ongeval. De werkgever benoemde vervolgens expertisebureau Andriessen & Geurst, om de toedracht van het bedrijfsongeval en mogelijke werkgeversaansprakelijkheid te onderzoeken.
Vervolgens heeft de werkgever zelf op 29 oktober 2008 de rechter gevraagd om een voorlopig getuigenverhoor. De werkgever wilde namelijk weten of zij voor het ongeval aansprakelijk kon zijn èn of de roldeur aan de veiligheidseisen voldeed.
de getuigenverklaringen
Getuige I (een collega):
Kort samengevat heeft hij alleen "een vloek gehoord" en dat was ver bij hem vandaan. Hij heeft werkemer voorbij zien lopen, heeft toen niet met hem gesproken noch geholpen met wondverzorging en heeft geen bloed waargenomen. Hij wist niet meer wanneer hij voor het eerst over het bedrijfsongeval had gehoord. Hij heeft in ieder geval niet gezien dat werknemer de roldeur op zijn hoofd heeft gekregen.
Getuige II: (voormalig echtgenote):
Heeft ongeval niet zien gebeuren, maar wel dat hij een bloederige plek (een scheur) aan zijn hoofd had. Werknemer zou tegen haar hebben gezegd dat hij een schuifdeur of hangdeur op zijn hoofd had gehad die naar beneden was gevallen.
Getuige III (voormalig zwager):
Had tijdens een verjaardagsvisite kort na 19 januari 2006 gehoord dat werknemer een roldeur op zijn hoofd heeft gehad, op het moment dat hij er onderdoor liep.
Getuige IV (stiefzoon):
Had van werknemer gehoord dat hij een deur op zijn hoofd had gekregen. Hij heeft een klein barstwondje dat dicht was, op het hoofd van werknemer gezien. Hij heeft hem niet naar de dokter gestuurd. In de periode daarna is door werknemer regelmatig gesproken over hoe het met hem ging. Hij werd steeds vermoeider, had meer last van zijn hoofd en kon minder doen. Na het ongeval heeft werknemer nog een tijd gewerkt.
Getuige V (voormalig leidinggevende):
Hij kan niets over de toedracht van het bedrijfsongeval vertellen. Hij heeft van collega's gehoord dat werknemer een deur op zijn hoofd had gekregen. Hij kan zich niet herinneren een hoofdwond bij werknemer te hebben bekeken en het is hem niet opgevallen dat hij een hoofdwond had. Vóór de ziekmelding, zou hij niets bijzonders aan werknemer hebben gemerkt. Als er iets aan de hand was geweest, dan zou hij dat hebben gemerkt. Pas veel later heeft werknemer hem over het bedrijfsongeval verteld.
de uitspraak
Volgens de rechter leveren de verklaringen van de getuigen onvoldoende bewijs op voor aansprakelijkheid van de werkgever voor het bedrijfsongeval en de letselschade. Géén van de getuigen heeft namelijk gezien wat er is gebeurd. Werknemer zelf weet evenmin wat er precies is gebeurd, want hij spreekt eigenlijk alleen van veronderstellingen en mogelijkheden.
Ook de medische informatie van ná het ongeval geeft de rechter niet voldoende houvast. De medische informatie geeft namelijk geen direct causaal verband te zien tussen het letsel van werknemer en een eventuele aanraking met een roldeur. Daarbij komt dat werknemer zich pas 3 weken na het bedrijfsongeval heeft ziekgemeld en hij is pas op 15 februari 2006 - ruim 3 weken na het ongeval - voor het eerst bij zijn huisarts geweest.
De werknemer heeft dus niet kunnen bewijzen dat hem een bedrijfsongeval is overkomen en dat hij daardoor letsel heeft opgelopen. Daarom hoeft de werkgever niet te bewijzen dat hem geen verwijten kunnen worden gemaakt. De vordering van de werknemer wordt dan ook afgewezen. Heiploeg is als werkgever niet aansprakelijk voor het bedrijfsongeval van werknemer en de daaruit voortvloeiende letselschade.
(Rechtbank Groningen, 12 oktober 2011, ongepubliceerd)
Vragen over een bedrijfsongeval en eventuele aansprakelijkheid van uw werkgever? Neem dan contact op voor een vrijblijvend en kosteloos advies!

